Bij de lancering van CODE ROOD in 2024 zeiden we het al: cijfers vertellen een verhaal dat we niet kunnen negeren.

Robuuste statistieken laten de omvang zien. Maar ze laten niet voelen hoe het is om in een klaslokaal te zitten, hopend dat je niet door wc-papier of een gymsok heen lekt. Of die snelle rekensom bij de kassa. Of de mentale tol van stilte.

Voortbouwend op ons 2024 studie, het grootste kwantitatieve onderzoek naar menstruatiearmoede in Nederland, werkten Neighborhood Feminists en Perspectivity samen om een andere vraag te antwoorden:

Hoe wordt menstruatiearmoede daadwerkelijk ervaren – en wat zijn de minder zichtbare gevolgen?

Gedurende negen maanden luisterden we, met behulp van de Sprockler-methodologie.
Achtentwintig mensen – voornamelijk jongeren en studenten, grotendeels uit Amsterdam – deelden hun ervaringen.

De deelname was lager dan gehoopt. Dat op zichzelf onderstreept de hardnekkige stigma’s rond zowel armoede als menstruatie. Stilte werd onderdeel van de data.
Maar wat we wél hoorden, was helder.

Slechts 36% gaf expliciet aan menstruatiearmoede te hebben ervaren. Toch beschreven veel deelnemers die “nee” zeiden situaties als:

  • wc-papier gebruiken in plaats van menstruatieproducten
  • producten langer dragen dan medisch verantwoord
  • werk, lessen of andere activiteiten overslaan
  • voedsel verkiezen boven menstruatieproducten

Dit verschil doet er toe. Menstruatiearmoede wordt niet altijd herkend, soms door schaamte, soms door het normaliseren van moeilijkheden. Menstruatiearmoede, of menstruele exclusie, bestaat op een spectrum. En veel meer mensen vallen ergens op dat spectrum dan het label ‘menstruatiearmoede’ doet vermoeden.

Eén rode draad loopt door vrijwel alle verhalen: menstruatie-exclusie is emotioneel zwaar. Deelnemers spraken over:

  • schaamte
  • angst
  • eenzaamheid
  • stress
  • onzekerheid

Vooral herinneringen aan de eerste menstruatie maakten indruk: geen uitleg, geen geruststelling, wel verwarring en schaamte. Niet weten wat er gebeurt. Niet weten aan wie je het kunt vragen. Niet over de juiste producten beschikken.

Die eerste ervaringen werken lang door. Ze beïnvloeden zelfvertrouwen, lichaamsbeeld en eigenwaarde. Dit gaat niet alleen over toegang tot producten of informatie. Het draait fundamenteel om gezondheid en waardigheid.

Negentig procent van de deelnemers gaf aan op enig moment alternatieven voor menstruatieproducten te hebben gebruikt – ongeacht of zij zichzelf als menstruatiearm bestempelden. Iedereen beschreef stress op die momenten. De impact hiervan was onder meer:

  • thuisblijven van school
  • concentratieverlies
  • werk missen
  • sociale terugtrekking

Dit zijn geen kleine ongemakken. Het zijn onderbrekingen van onderwijs, inkomen, welzijn en maatschappelijke participatie.

Toch praten de meeste deelnemers slechts met enkele goede vrienden over menstruatie. Nauwelijks met familie, vrijwel nooit met zorgprofessionals. Velen denken dat ze niemand kennen die menstruatiearmoede ervaart. Met andere woorden: het probleem blijft bestaan, verborgen in het volle zicht.

De oplossingen die deelnemers aandroegen waren opvallend consistent:

  • Gratis menstruatieproducten op scholen, universiteiten en in openbare toiletten – “zo beschikbaar als toiletpapier”
  • Financiële maatregelen zoals subsidies of vergoeding via de zorgverzekeraar
  • Toegang tot gezonde en duurzame opties (cups, discs, menstruatie ondergoed)
  • Vroegtijdige, leeftijdsgerichte en praktische menstruatie voorlichting
  • Culturele verandering door normalisering en het verminderen van schaamte

De boodschap is duidelijk: alleen producten verstrekken is niet genoeg. Structurele maatregelen inclusief voorlichting én een cultuurverandering zijn nodig.

Ons kwantitatief onderzoek liet zien dat 765.000 mensen die menstrueren in Nederland moeite hebben om de producten en informatie te verkrijgen die ze nodig hebben. Het bevestigde dat menstruatiearmoede voorkomt zowel boven als onder de armoedegrens. Daarnaast toonde het een meetbare impact op gezondheid, voedselzekerheid en deelname op school en op het werk.

Dit narratieve onderzoek laat de menselijke realiteit achter die cijfers zien. Het laat zien hoe iemand kan zeggen: “Ik heb nooit menstruatiearmoede ervaren,” en vervolgens een schoolvoorbeeld van menstruele exclusie beschrijft. Het laat zien hoe schaamte kan leiden tot een stilstand in beleid, en hoe stilte bijdraagt aan onzichtbaarheid.

In een welvarend land als Nederland zijn de oplossingen niet ingewikkeld of onbereikbaar. Dit onderzoek bevestigt opnieuw wat werkt:

  • Structurele beschikbaarheid van gratis producten in publieke en educatieve ruimtes
  • Gerichte financiële ondersteuning voor risicogroepen
  • Investeren in menstruatie-educatie vóór de eerste menstruatie (bijvoorbeeld rond 10–12 jaar)
  • Erkennen dat menstruatie gezondheid een maatschappelijke kwestie is

Het beëindigen van menstruatiearmoede is preventief volksgezondheidsbeleid. Het verlaagt zorgkosten en versterkt economische participatie. Het bevordert gelijke kansen in onderwijs en werk.

De stilte is gemeten, de impact is gedocumenteerd. De cijfers tonen de schaal, en de verhalen tonen de prijs. Samen maken ze duidelijk: de tijd van kleine, incrementele stappen is voorbij en de oplossingen liggen binnen handbereik. De vraag is niet óf menstruatiearmoede bestaat. De vraag is of wij – in beleid, media en ons dagelijks leven – bereid zijn het onzichtbare zichtbaar te maken en om in duurzame actie te komen.

Het gaat erom of we erkennen dat gerichte actie niet alleen in het belang is van mensen die menstrueren, maar van de samenleving als geheel.

Bekijk het pdf-rapport voor verdieping, inclusief toegang tot de data en verhalen. Voor een beknopt overzicht van bevindingen en aanbevelingen, bekijk ins 2-pagina samenvatting.